Waarom is sociale isolatie ongezond

Netwerkweetje #3 door dr. Gerrit Rooks

Sociale isolatie en eenzaamheid zijn een probleem in Nederland. De omvang van het probleem is niet precies duidelijk, het RIVM denkt dat ongeveer 10% van de Nederlanders eenzaam zijn (https://www.rivm.nl/media/eenzaamheid/), maar het CBS komt met 4% op een lager aantal eenzamen, nog altijd ongeveer 500.000 mensen (https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2016/38/eenzaamheid-in-nederland). Chronische eenzaamheid en sociale isolatie is een gezondheidsrisico is, vergelijkbaar met het roken van 15 sigaretten per dag. Hoe komt dat precies? Wat is er zo ongezond aan sociale isolatie en eenzaamheid? Onderzoek naar gezondheidseffecten van isolatie geeft een complex aan factoren, die tezamen op termijn tot een soort slijtage aan het lichaam leiden. Eenzame mensen ontwikkelen in de loop van tijd minder gezonde gewoonten. Ze sporten minder en eten ongezonder (herkenbaar voor sommigen in zelf-isolatie wellicht). Maar er is meer. Eenzame mensen, vooral ouderen, lijken vaak zelf stress-situaties te creëren. Door langdurige eenzaamheid ontwikkelen mensen onhandige manieren om met anderen om te gaan, waardoor ze vaker met conflicten te kampen hebben. Eenzame mensen zien problemen en uitdagingen vaker als grotere obstakels. Ze reageren sterker op stress, bij eenzelfde stressprikkel scheiden ze meer stresshormonen af. Jammer genoeg helpen goedbedoelde sociale interacties eenzamen minder. Je zou misschien verwachten dat eenzame mensen blijer worden van sociale interactie omdat ze die tekortkomen, maar het tegenovergestelde lijkt het geval. Als je iemand een foto met een blij gezicht laat zien, dan kunnen we in de hersenen van die persoon een “blije” reactie waarnemen. Maar bij eenzame mensen zien we die blije reactie veel minder sterk optreden. Eenzame mensen zijn vooral gericht op negatieve sociale signalen, waardoor traditionele interventies, zoals het creëren van mogelijkheden tot sociale interactie, helaas vaak minder sterk uitpakken dan gehoopt. Over wat wel helpt later meer.           

Handenschudden: hebben we het nodig?

Netwerkweetje #2 – door dr. Gerrit Rooks

Nog niet zo lang geleden was het normaal om voorafgaand aan een meeting handen te schudden. We kennen het “nieuwe normaal” nog niet, maar het kan nog wel een tijdje duren voordat we weer handen, in plaats van ellenbogen, schudden.

Hoe erg is het eigenlijk als we de handdruk moeten missen. Heeft het sowieso een functie? De beschikbare (Westerse) literatuur zegt ja: een handdruk geeft een eerste indruk en lijkt zeker bij een eerste kennismaking van belang te zijn. Iemand lichtjes aanraken heeft sowieso effect. Uit onderzoek in Frankrijk bleek bijvoorbeeld dat mensen die licht op de arm werden aangeraakt eerder medewerking verleenden aan een vragenlijstonderzoek (op straat). En mensen die licht waren aangeraakt werden, waren eerder geneigd om even op een hond te passen voor een eigenaar die zogenaamd kort een winkel in moest.

Het geven van een hand is ook een aanraking die effect heeft. Als je een hand geeft, is de kans groter dat de ander je positief inschat. Maar het is wel zo dat je een “goede” hand moet geven. Dat is een ferme hand met daarbij oogcontact en een glimlach, let er natuurlijk wel op dat je niet te ferm knijpt, en niet te lang kijkt! Er zijn wel verschillen tussen mannen en vrouwen. De handdruk van een vrouw is doorgaans minder ferm. Maar vrouwen zelf vinden dat minder belangrijk, mannen zijn vooral gevoelig voor de fermheid van een handdruk. Dus mochten we ooit weer gaan handenschudden: een tip voor vrouwen, als u een goede indruk wilt maken bij een kennismaking met een man, knijpen in die hand!