1.5 afstand goed voor je relatie

Netwerkweetje #4 door dr. Gerrit Rooks

Hoe houd je een relatie “goed”, ook als je boven op elkaars lip zit? Onderzoek naar huwelijksrelaties kan ons helpen deze vraag te beantwoorden. De psychologen John en Julie Gottman (ja een koppel) zijn bekend om hun onderzoek naar geluk in huwelijksrelaties. Ze bouwden bijvoorbeeld “Love labs” in de vorm van bed and breakfasts en observeerden dan het gedrag van koppels. Gelukkige huwelijken waren niet probleemvrije relaties. De meeste succesvolle huwelijken kampen na 10 jaar nog met problemen die ze aan het begin van hun huwelijk ook al hadden. Een zeker mate van conflict is juist nodig, je moet elkaar af en toe de waarheid kunnen vertellen. Het geheim van de goede relatie was hoe er met frustraties en conflicten om werd gegaan. Een paar tips uit het werk van Gottman en Gottman: probeer ten eerste escalatie van een ruzie of meningsverschil altijd te vermijden, bijvoorbeeld door een time out te nemen als je merkt dat je een “heet hoofd” krijgt (te emotioneel wordt). Door escalatie van een conflict verandert een relatie, ons beeld van de ander wordt minder gunstig, tot op een gegeven moment die ander een vijand is. Een tweede tip is ruzies altijd goed te maken. Probeer emotionele schade te lijmen en te voorkomen dat de ander je als een tegenligger of zelfs vijand gaan zien. Een derde tip gaat over het starten van een discussie. Als je kritiek hebt, begin dan altijd met een soft start up: frustraties uit je het best op een heel voorzichtige en vriendelijke manier. Door een harsh start up, een te kritische opening van een discussie, kan de ander dichtslaan, of overmatig defensief worden. Als laatste: er zijn verschillen die die niet te overbruggen zijn. Het heeft geen zin om daar strijdpunten van te maken, de kunst is om imperfecties van de ander en jezelf te accepteren.

Juist in deze tijd, ga conflicten niet uit de weg maar zorg op tijd voor voldoende afstand en hou hiermee je relatie gezond!

Waarom is sociale isolatie ongezond

Netwerkweetje #3 door dr. Gerrit Rooks

Sociale isolatie en eenzaamheid zijn een probleem in Nederland. De omvang van het probleem is niet precies duidelijk, het RIVM denkt dat ongeveer 10% van de Nederlanders eenzaam zijn (https://www.rivm.nl/media/eenzaamheid/), maar het CBS komt met 4% op een lager aantal eenzamen, nog altijd ongeveer 500.000 mensen (https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2016/38/eenzaamheid-in-nederland). Chronische eenzaamheid en sociale isolatie is een gezondheidsrisico is, vergelijkbaar met het roken van 15 sigaretten per dag. Hoe komt dat precies? Wat is er zo ongezond aan sociale isolatie en eenzaamheid? Onderzoek naar gezondheidseffecten van isolatie geeft een complex aan factoren, die tezamen op termijn tot een soort slijtage aan het lichaam leiden. Eenzame mensen ontwikkelen in de loop van tijd minder gezonde gewoonten. Ze sporten minder en eten ongezonder (herkenbaar voor sommigen in zelf-isolatie wellicht). Maar er is meer. Eenzame mensen, vooral ouderen, lijken vaak zelf stress-situaties te creëren. Door langdurige eenzaamheid ontwikkelen mensen onhandige manieren om met anderen om te gaan, waardoor ze vaker met conflicten te kampen hebben. Eenzame mensen zien problemen en uitdagingen vaker als grotere obstakels. Ze reageren sterker op stress, bij eenzelfde stressprikkel scheiden ze meer stresshormonen af. Jammer genoeg helpen goedbedoelde sociale interacties eenzamen minder. Je zou misschien verwachten dat eenzame mensen blijer worden van sociale interactie omdat ze die tekortkomen, maar het tegenovergestelde lijkt het geval. Als je iemand een foto met een blij gezicht laat zien, dan kunnen we in de hersenen van die persoon een “blije” reactie waarnemen. Maar bij eenzame mensen zien we die blije reactie veel minder sterk optreden. Eenzame mensen zijn vooral gericht op negatieve sociale signalen, waardoor traditionele interventies, zoals het creëren van mogelijkheden tot sociale interactie, helaas vaak minder sterk uitpakken dan gehoopt. Over wat wel helpt later meer.           

Handenschudden: hebben we het nodig?

Netwerkweetje #2 – door dr. Gerrit Rooks

Nog niet zo lang geleden was het normaal om voorafgaand aan een meeting handen te schudden. We kennen het “nieuwe normaal” nog niet, maar het kan nog wel een tijdje duren voordat we weer handen, in plaats van ellenbogen, schudden.

Hoe erg is het eigenlijk als we de handdruk moeten missen. Heeft het sowieso een functie? De beschikbare (Westerse) literatuur zegt ja: een handdruk geeft een eerste indruk en lijkt zeker bij een eerste kennismaking van belang te zijn. Iemand lichtjes aanraken heeft sowieso effect. Uit onderzoek in Frankrijk bleek bijvoorbeeld dat mensen die licht op de arm werden aangeraakt eerder medewerking verleenden aan een vragenlijstonderzoek (op straat). En mensen die licht waren aangeraakt werden, waren eerder geneigd om even op een hond te passen voor een eigenaar die zogenaamd kort een winkel in moest.

Het geven van een hand is ook een aanraking die effect heeft. Als je een hand geeft, is de kans groter dat de ander je positief inschat. Maar het is wel zo dat je een “goede” hand moet geven. Dat is een ferme hand met daarbij oogcontact en een glimlach, let er natuurlijk wel op dat je niet te ferm knijpt, en niet te lang kijkt! Er zijn wel verschillen tussen mannen en vrouwen. De handdruk van een vrouw is doorgaans minder ferm. Maar vrouwen zelf vinden dat minder belangrijk, mannen zijn vooral gevoelig voor de fermheid van een handdruk. Dus mochten we ooit weer gaan handenschudden: een tip voor vrouwen, als u een goede indruk wilt maken bij een kennismaking met een man, knijpen in die hand!

Wat doet sociale isolatie met je gezondheid?

Netwerkweetje #1

Bijna niemand kijkt gek op als je ze vertelt dat roken slecht voor je is, of obesitas een risicofactor is voor je gezondheid. Minder bekend is dat sociale isolatie ook een risicofactor voor je gezondheid kan zijn. Een groep Engelse onderzoekers onder leiding van Julianne Holt-Lunstad, heeft recent uitgezocht hoe groot het risico van sociale isolatie is op vroegtijdig overlijden. Ze combineerden de resultaten van 70 onderzoeken, zodat ze in totaal gegevens hadden over 3.500.000 mensen. Ze berekenden voor al die mensen de kans op vroegtijdig overlijden afhankelijk van hoe geïsoleerd ze waren. Hun bevindingen zijn schokkend te noemen. Het bleek dat alleenstaanden een 32% grotere kans op voortijdig overlijden hebben, mensen met weinig contact 29%, maar ook mensen die zich eenzaam voelen, terwijl ze niet alleenstaand zijn, hebben een verhoogde kans (26%) op vroegtijdig overlijden! En misschien verrassend: de kansen zijn wat hoger bij jongeren. Dit zijn allemaal abstracte kansen. Meer concreet: eerder onderzoek heeft ook al laten zien dat eenzaamheid, ofwel waargenomen sociale isolatie, even ongezond is als roken. Sociale connecties zijn gezond, een soort fundamentele levensbehoefte. Wil dit nu zeggen dat we ons zorgen moeten maken vanwege de massale Corona-isolatie? Niet direct, het gaat immers over een beperkte periode van een paar maanden, terwijl in het onderzoek van Holt-Lunstad werd gekeken naar een periode van gemiddeld genomen zeven jaar. Maar misschien is het wel goed om na deze tijd als we weer “normaal” kunnen leven, en we zelf hebben gevoeld wat het is om geïsoleerd te leven, wat meer aandacht aan onze naasten (en misschien “verren” ook) te geven.

De beste netwerker is een nerd

Wat is een goede netwerker? Het stereotiepe beeld is iemand met een vlotte babbel die strooit met visitekaartjes, die heel makkelijk contact legt en veel mensen kent. Het is dan ook verrassend dat één van de beste netwerkers ter wereld een verlegen persoon is, die liever anderen aan elkaar koppelt dan zelf nieuwe contacten legt. Adam Rifkin werd in 2011 door Fortune tot beste netwerker gekroond. Fortune had een uitgebreid social media onderzoek gedaan naar wie de meeste Linkedin connecties had met de 640 meest invloedrijke Amerikanen (CEOs, slimste mensen in technologische sectors, machtigste vrouwen en rising stars). De winnaar, Adam Rifkin, was zelf niet een machtige CEO of politicus, maar een relatief onbekende, verlegen computer nerd. Wat is het geheim van Adam Rifkin? Wat kunnen we van hem leren? Rifkin bouwde zijn netwerk geleidelijk op, eigenlijk zonder het doel om er zelf direct beter van te worden. Hij hielp door de jaren heen vooral anderen. Vaak waren dat voor hem kleine gunsten, hij stelde mensen aan elkaar voor en soms verleende som hij wat grotere gunsten zoals het bouwen van een website die hij schonk aan de band Green Day. 

Sociaal Kapitaal
Het voorbeeld van Rifkin is voor de meeste mensen niet rechtstreeks te kopiëren. We zijn niet allemaal in staat om een prachtige website of iets vergelijkbaars te maken en te schenken. En we zijn waarschijnlijk ook niet allemaal gezegend met de onzelfzuchtige aard van een Moeder Theresa of Ghandi. Toch is het goed om te begrijpen wat generositeit kan bereiken. Door kleine en wat grotere gunsten te verlenen, bouw je een netwerk vol “goodwill” op. Deze goeie wil van je connecties – kennissen en vrienden – is de bron van wat we ook wel sociaal kapitaal noemen. Je kan je connecties in je netwerk later om een wedergunst vragen. En vaak brengen ze die uit zichzelf.. 

Generositeit is besmettelijk
Adam Rifkin is een ondernemer, en laat zien dat generositeit kan lonen voor ondernemers. Binnen een organisatie kan generositeit nog grotere effecten hebben. Amerikaanse onderzoekers hebben laten zien dat in sociale dilemma’s waar het moeilijk is om samen te werken aan een collectief doel, mensen die consistent blijven samenwerken en geven (de zogenaamde “consistent contributers”) van groot belang zijn. Het blijkt dat generositeit, het elkaar helpen, besmettelijk is. Door je coöperatief op te stellen, is de kans groot dat je collega’s dat ook doen. Een kleine groep “consistent contributors” kan  hardnekkige coöperatie problemen op lossen. Door hun volhardende samenwerking en positieve instelling veranderen percepties van coöperatieve normen van andere werknemers. Dit kan als een katalysator voor coöperatief gedrag van anderen werken. Als een kleine groep volhardend coöperatief is, kan er een cascade van coöperatief gedrag ontstaan, samenwerken wordt de norm. Dit is natuurlijk van groot belang voor organisaties, omdat geen organisatie kan overleven zonder een coöperatieve instelling van haar werknemers. Maar het is ook van belang voor individuele werknemers, door je coöperatief op te stellen, kan je een rimpeleffect van samenwerking in gang zetten, die jezelf later weer ten goede komt. 

Een goede netwerker bouwt aan zijn of haar sociaal kapitaal. Dit kan iedereen leren, of je nu een introverte Nerd bent of een extraverte flamboyante allemansvriend. Niet iedereen kan een “consistent contributer” zijn. Het is van belang om de eigen reserves in de gaten te houden. Geven en samenwerking kan energie opwekken; er is onderzoek dat laat zien dat social support de social support gever vaak meer energie geeft, dan de ontvanger van de support. Maar het is natuurlijk ook zo dat er grenzen aan geven bestaan. Sommige mensen nemen uit plichtsgevoel taken op zich die anderen in een organisatie laten liggen, zonder dat hen dat zelf weer oplaadt. Dit soort geven is in de praktijk niet voor langere tijd houdbaar en zal leiden tot een “gevers burn out”. De gever laadt de batterij niet meer op, er is geen intrinsieke motivatie waardoor energie en bezieling wordt gecreëerd. Bovendien moet de gever er zich bewust van zijn dat “volhardend geven” niet in alle gevallen tot positieve resultaten zal leiden. Geef je teveel dan sla je door, maar geef je niets dan krijg je ook minder.

Soort zoekt soort
Netwerken is niet alleen maar contact leggen; een rijk netwerk bouw je door geleidelijk aan gunsten aan anderen te verlenen, door te geven door bijvoorbeeld anderen met elkaar in contact te brengen. Voor een deel is netwerken dus vooruitzien in de zin dat door te helpen en te geven, je goodwill en een rijk netwerk opbouwt dat later van pas kan komen. Maar met wie moet je contact leggen? Zorg binnen je netwerk diversiteit. Uit onderzoek blijkt dat mensen met diverse netwerken succesvoller zijn. Ze maken sneller carrière en zijn effectiever in hun werk. Maar helaas zoeken mensen nature contact met gelijkgestemden. Het Engels kent een elegant gezegde “birds of a feather flock together”, in het Nederlands iets minder elegant “soort zoekt soort”. Mensen worden aangetrokken door het bekende, het familiaire. Op conferenties praten we het liefst met bekenden. Op het werk, drinken we koffie met “onze” afdeling. Het gevolg van deze tendens is dat in elke (ietwat grotere) organisatie op een gegeven moment verkokering optreedt. Werknemers klitten samen. Ze werken in bepaalde patronen en routines steeds met dezelfde anderen. Dergelijke routines kunnen efficiënt zijn, vooral in statische omgevingen, waarin het werk routinematig is. We weten echter dat dergelijke routinematige werkprocessen en verkokerde netwerken slecht in staat zijn om te veranderen. Dat is voor een deel te wijten aan het feit dat in verkokerde organisaties er weinig kennis is over elkaars expertise, werknemers van verschillende units (afdelingen of teams) zijn daardoor niet in staat om mogelijke synergie / samenwerkingsmogelijkheden te herkennen. 

Netwerken in organisaties.
De laatste jaren zijn informele netwerken veelal belangrijker geworden dan hiërarchische structuren voor het goed functioneren van organisaties. Een organisatie is gebaat bij mensen die zich makkelijk bewegen in de organisatie en op die manier rijke netwerken opbouwen, toegang hebben tot diverse kennis en in staat zijn om mensen met elkaar te verbinden. Dit helpt bij het doorbreken van verkokering. Zoek je dit ook voor jouw organisatie? Ga dan op zoek naar actieve gevers. Met een paar actieve gevers kun je een beweging tot meer coöperatief gedrag en kennisdeling al op gang brengen. 

door Margriet de Groot, co-founder van Netwerkapp en Netwerktrainer en dr. Gerrit Rooks, ass. professor TU Eindhoven, specialist op het gebied van Netwerkstructuren en netwerkgedrag